Zaanstad moet ingrijpend bezuinigen als gevolg van decentralisatie van taken van de rijksoverheid naar de gemeenten, vergezeld van minder middelen dan daar voor nodig is. Tevens zijn de inkomsten van de gemeente als gevolg van de crisis aanzienlijk minder. Dat betekent forse bezuinigingen, zoals u in de krant hebt kunnen lezen. Ook in de stedelijke ontwikkeling van Zaanstad heeft dat consequenties. Het betekent reorganisatie van de organisatie en met minder mensen taken uit voeren. Het betekent ook dat de gemeente niet alles meer kan en meer moet, en dat ook wil, overlaten aan initiatieven die vanuit de stad worden genomen. Door bewoners, samenwerkende partijen, ontwikkelende partijen en corporaties en andere initiatiefnemers. En daar ook meer ruimte voor gaat geven. Samen de stad maken, is een veel gehoord motto. Spontane en organische stedenbouw noemen de vakmensen het.
Maar wat betekent dat eigenlijk?
Is het alleen maar goed dat er minder regelgeving is, biedt dat wellicht nieuwe kansen voor goede initiatieven die tot nu toe steeds gestrand zijn, gaat het een stuk sneller? Is het louter positief, die andere rol van de gemeente? Of zijn er ook risico’s aan verbonden? Krijgen we straks overlast omdat de gemeente te veel toelaat? Gaat de kwaliteit van de stad er onder lijden?
Zaanstad is op zoek naar een nieuwe balans tussen en nieuwe combinaties van wonen en werken. De binnenstedelijke Industriële bedrijvigheid, die de Zaanstreek al eeuwenlang kenmerkt, levert steeds vaker problemen op nu in de toekomst alleen nog maar binnenstedelijk gebouwd kan worden. Niet alleen de milieucontouren van de bedrijven langs de Zaan, maar ook het havengebied van Amsterdam belemmeren de stedelijke ontwikkeling van Zaanstad. Op veel plekken mag niet gebouwd worden en veel van de bestaande woningvoorraad is al milieubelast. De Zaanse opgave is complex: een toekomstbestendige mix van wonen en werken, behoud van de industriële bedrijvigheid en verbetering van de leefomgeving. Dat vergt een aanpak die buiten de gebaande paden durft te komen. De gemeente zal los moeten komen van haar gebruikelijke rol ten aanzien van wet- en regelgeving en op zoek moeten gaan naar de grenzen van wat haalbaar en acceptabel is. Binnen het Zaans Proeflokaal probeert de gemeente samen met enkele grote bedrijven tot afspraken te komen. Geen strijd aangaan, maar in een goede verstandhouding met alle betrokkenen zoeken naar verbetering. Deze werkwijze – meer organisch dan planmatig – kan ook in andere delen van de stad toegepast worden. Diverse gebieden liggen klaar voor herontwikkeling. Welke ruimte willen en kunnen gemeente, bedrijven en bewoners elkaar geven en wat is daar voor nodig?
Het schiereiland De Hemmes vormt de lakmoesproef. In 2012 heeft de gemeente een groot deel van het terrein aangekocht met het oogmerk om er woningen te bouwen. In hetzelfde jaar heeft zich een initiatiefgroep gemeld – stichting De Hemmes – die streeft naar herontwikkeling van het terrein met inachtneming van de Zaanse traditie op het gebied van houtbouw en windenergie. In de tussentijd is het gebied beschikbaar voor tijdelijke invulling. Ook in andere delen van de stad – de ‘Zaanse driehoek’ rond Wormerland-Wormerveer en het Hembrugterrein – is sprake van vergelijkbare opgaven en ontwikkelingen. Hoog tijd om de horloges gelijk te zetten: waar staan we nu? Waar liggen de kansen? Wat kunnen we leren van ‘best practices’ uit andere industriesteden?
Dinsdag 9 september 2014 – Babel Salon: Wonen en werken, een spannende combinatie
In deze Babel Salon o.l.v. Martin Bosch, eigenaar van bureau De Laar en expert lid van het Landelijke Team Ontslakken, verkenden we wat de actuele stand van zaken is in regionale stedelijke transformatieprocessen en de verschillende opvattingen daarover. Leonie van den Beuken, Hoofd Ruimtelijke Planning en Omgevingszaken van het Havenbedrijf Amsterdam en Maurits de Hoog, Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam en hoogleraar aan de TU Delft, schoven daarvoor aan tafel.
25 t/m 28 september 2014 – Babel Excursie Buitenland: Manchester
We bezochten Manchester waarin op de locatie Stalford Quays, sinds 1985 een zeer geslaagde herontwikkeling van Manchester Docks langs het Ships Canal een geweldig interessant waterfront heeft opgeleverd. De ontwikkeling is vrijwel afgerond. Ook maakten we kennis met andere interessante gebieden in Manchester.
vrijdag 24 oktober 2014 – Babel Excursie Binnenland:Den Helder en de Nollen
Te bezoeken projecten waren: Stadshart Den Helder en de Nollen.
Stadshart Den Helder is een stedelijk vernieuwingsproject. Aanleiding voor de herontwikkeling begin deze eeuw was: – Voor het eerst in vele jaren stagnatie i.p.v. groei. – De Marine vertrok uit de gemeente. – Het stadshart kon een herstructurering goed gebruiken. Belangrijke steekwoorden: ‘een nieuwe visie op het begrip Maritieme stad’; ‘het herstellen van de verbinding van de stad met de zee’; ‘een natuurlijke menging van wonen, werken en andere functies’. Het project omvat drie gebieden: het Stadshart, Stelling Den Helder en Nieuw Den Helder. Ieder gebied heeft zijn eigen dynamiek en problematiek. Daarbinnen meer dan dertig projecten, verschillend van aard en omvang, zowel fysiek (stenen stapelen) als sociaal. In 2011 zijn de meeste projecten in Nieuw Den Helder afgerond. In 2012 lag de focus vooral op het Stadshart en werden op de Stelling nieuwe projecten uitgevoerd.
Om 10. 00 uur gaf directeur-bestuurder Ferdinand Vreugdenhil van ontwikkelingsmaatschappij Zeestad een toelichting over de visie op de geplande ontwikkelingen in het Stadshart en Willemsoord. Daarna volgt een rondleiding met toelichting. Om 13.30 uur vertrokken we met de bus naar de Stelling en Nieuw Den Helder voor een rondleiding met toelichting.
De Nollen bezochten we om 14.30 uur o.l.v. gidsen. De Nollen is het kunstproject van Ruud van de Wint, schilder, beeldhouwer en bouwer. Hij startte in het binnenduingebied de Nollen in Den Helder in 1980 een schilderkunstig experiment. Dat groeide uit tot een ‘totaalkunstwerk’ van schilderingen, sculpturen en bouwsels.
Het noordelijk deel van de Zaan is een bijzondere locatie, waar de Zaan geleidelijk overgaat in het veenweide landschap. Zoals in de rest van de Zaanstreek gaat dit gepaard met grote contrasten. Hier zien we de fabriekscomplexen, meelfabriek Meneba en veevoederfabriek Brokking, als grote mastodonten naast een idyllisch weidegebied. Het “Manhattan aan de Zaan” torent wel 60 meter boven het weidelandschap uit, dit is de echte ’top van de randstad’ Door het wegtrekken van de bedrijvigheid staat dit gebied aan de vooravond van een grote transformatie. Met het herbestemmen van de volumes van de fabrieken neemt de variatie aan functies toe en hiermee de toeloop van de activiteiten. In de plannen wordt uitgegaan van toeristische functies, die worden verweven met het landschap. Maar gaat dat zomaar goed en wat moeten de randvoorwaarden zijn? Wat zijn de kansen en de uitdagingen?
In het Ruimteplan Zaan en IJ, welke het stedenbouwkundig bureau Palmbout voor de gemeente Zaanstad eind 2010 maakte, staat het behoud van dergelijke mastodonten in het landschap als landmarks voorop en wordt kansrijke aansluiting gezien met het achterliggende landschap. Recreatiefaciliteiten zoals jachthavens en horeca liggen voor het grijpen! Maar is dat nog steeds zo in deze wat onzekere tijd? Genoeg redenen dus om juist nu een debat te voeren. Tjaart Vos, betrokken bij 3Delta (zie www.3delta.nl), gaf een toelichting over de kansen van de herontwikkeling van Brokking. De locatie heeft een weids uitzicht over het water en het natuurgebied Jisperveld. Hier zal – als het aan hen ligt – een combinatie worden ontwikkeld van waterrecreatie, duurzaam wonen en voorzieningen zoals een nautisch sloepenhotel, restaurant en vergadercentrum. Frits Palmboom van Palmbout Urban Landscapes plaatste de herbestemming van Brokking en Meneba in de stedenbouwkundige en landschappelijke situatie van de Noord Zaan. Het debat tussen hen en alle bezoekers werd geleid door mediator Ellen Klaus.
Hoe zijn huidige bewoners en bestaande bedrijven bezig met duurzaamheid? Wat kunnen we zelf doen? In de woningbouw zijn in de afgelopen jaren steeds regels en voorschriften voor nieuwbouw op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu geformuleerd. De huidige crisis leidt echter tot temporisering en herziening van de nieuwbouwplanningen en tot toenemende leegstand van bedrijfspanden. De aandacht voor duurzaamheid zal zich in de komende jaren steeds meer concentreren op bestaande gebouwen. En, duurzaamheid gaat niet alleen over technische mogelijkheden, maar ook over een persoonlijke gebruikershouding.
Allereerst gaf architect Thomas Rau een presentatie. Zijn plan voor de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht werd in 2011 uitgeroepen tot het ‘Beste Duurzaamheidsplan van Nederland’. Rau staat bekend om zijn kritische en onconventionele denken. “Met duurzaamheid wordt vaak niet meer bedoeld dan de condoompjes die we over onze activiteiten trekken. Dat is green washen. Het betekent niets. Waar duurzaamheid om gaat, gaat veel verder: “we zijn niet langer gastheer op aarde, maar gast”. Vanuit die gedachte vertelde Rau over de mogelijkheden van onze huidige gebouwenvoorraad en de stand van de techniek daarin. Daarmee bood hij ook een spiegel voor de Zaanse praktijk.
Hierop volgde een kritische reactie van een vertegenwoordiger namens de debatgroep Phaedrus. Vervolgens werd deze discussie verbreed naar alle aanwezige debaters én belangstellenden in de vorm van een Lagerhuisdebat.
De thema-avond werd (be-)geleid door Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Van den Dobbelsteen doceert en doet onderzoek op het gebied van duurzaam bouwen. Hij gaat uit van smart & bioclimatic design. Lokale omstandigheden moeten volgens hem optimaal worden ingezet voor stedenbouw en architectuur.
Het werk van de Almeerse architect René van Zuuk is passend en uniek gerelateerd aan de omgeving waarin het is bedacht. Stijlvolle ontwerpen, waarbij geen etage of daklijn gelijk is, terwijl de functionaliteit van het ontwerp maximaal is. De vaak bijzondere gevelbekledingen zijn geïnspireerd op het werk van de kunstenaar M.C. Escher. Het bureau werkt sinds 1992 aan zeer uiteenlopende opdrachten. Het ontwerpproces van Van Zuuk begint altijd met een stedenbouwkundige maquette. Tijdens deze fase vormt zich het eerste concept en het idee voor het te gebruiken bouwsysteem. Duurzaamheid is hierbij geen op zich zelf staand doel, maar wordt integraal opgenomen in dit ontwerpproces. Het uiteindelijke bouwwerk moet daarom vooral ook bijzonder zijn, zodat mensen het de moeite waard vinden om het gebouw te behouden. Het bureau kent een zeer gevarieerd portfolio, waaronder het Architectuurcentrum ARCAM te Amsterdam, appartementencomplex Block 16 te Almere en het Jeugdcomplex ‘De Toekomst’ van Ajax te Amsterdam.
Op 18 sokkels waren de stedenbouwkundige en architectonische maquettes in Zaandam te zien van projecten die René van Zuuk de afgelopen twee decennia heeft ontworpen en gemaakt. De tentoonstelling werd op donderdag 4 april – in aanwezigheid van René – geopend door burgemeester Geke Faber.