Terugblik 'Wat voor stad wil je zijn?'
Op donderdag 16 april organiseerde Babel een inspirerende debatavond onder de titel ‘Wat voor stad wil je zijn?’. Aan de hand van verschillende schaalniveaus – van buurt tot stad – werd verkend wat nodig is om stedelijke omgevingen prettig, leefbaar en toekomstbestendig te maken.
Op buurtniveau nam Marion de Haan van Urban Sync de aanwezigen mee in de elementen die bijdragen aan een prettige en gezonde buurt. Groen en mogelijkheden om elkaar te ontmoeten spelen daarin een cruciale rol. Zij benadrukte daarbij dat het niet alleen gaat om de kwaliteit van plekken zelf, maar juist ook om de routes ernaartoe. Prettige, logische en goed toegankelijke routes nodigen mensen uit om gebruik te maken van voorzieningen en zorgen ervoor dat zij zich welkom en op hun gemak voelen. In de voortdurende ‘slag om de vierkante meters’ is een heldere visie op routes volgens De Haan essentieel om fijne plekken met elkaar te verbinden en de buurt als geheel sterker te maken. Zij pleit voor een programma van waarde, waarin je vastlegt wat er belangrijk is voor de wijk. Om zo naast de ‘hardware’ (gebouwen en openbare ruimte) ook de ‘software’ (een echte community, zingeving, ontspanning en gezonde voeding) een belangrijke plek te geven. In dit verband kwam ook de Zaan aan bod als verbindend element in de stad. De rivier biedt aantrekkelijke plekken voor ontmoeting, maakt onderdeel uit van belangrijke routes door de stad en draagt bij aan verkoeling.
Vervolgens zoomde Jannie Vinke van ANA Architecten in op het schaalniveau van de woning en de directe woonomgeving. In antwoord op de centrale vraag van de avond stelde zij dat ook hier ontmoeting een sleutelbegrip is. Leefgallerijen, groene binnentuinen en gedeelde ruimtes dragen bij aan een prettige woonomgeving en versterken het sociale leven. Als aansprekend voorbeeld uit haar praktijk noemde Vinke een ontwerp van een fietsenstalling die is uitgewerkt als een entreehal. Door deze plek dezelfde kwaliteit en aandacht te geven als een hoofdentree ontstaat er ruimte voor ontmoeting, wordt het gebruik prettiger en wordt fietsen actief gestimuleerd. En ook zij kwam terug op het maken van keuzes, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van Merwede in Utrecht, met een zeer lage parkeernorm van 0,3 pp/woning en een hoge dichtheid. Daarbij wordt het belangrijk om de fiets ook echt een goede plek te geven en loopt het groen van gevel tot gevel.
Tijdens het panelgesprek, waar ook woningmarkt expert Robert de Joode en Agnes Müller van de gemeente Zaanstad aanschoven, werd het perspectief verder verbreed naar de stad als geheel. Daarbij kwam nadrukkelijk naar voren dat het, ondanks alle ambities rondom kwaliteit en leefbaarheid, noodzakelijk blijft om vaart te houden in de woningbouwproductie gezien het grote woningtekort. Tegelijkertijd is het belangrijk om ook oog te houden voor werkgelegenheid en bedrijvigheid; een vitale stad van de toekomst kan niet zonder een sterke economische basis.
Ten slotte werd stilgestaan bij het hoe van stedelijke ontwikkeling. De oproep was om ambities niet alleen te formuleren, maar deze ook daadwerkelijk te borgen en uitvoerbaar te maken. Daarbij past een aanpak op gebiedsniveau in plaats van op afzonderlijke plots, zodat samenhang ontstaat tussen wonen, werken, ontmoeten en bewegen. De avond maakte duidelijk dat de stad die je wilt zijn, vraagt om keuzes, samenhang en een lange adem – van route tot woning, en van buurt tot stad.
Fotografie: Patrick Hudepohl