0 comments

De bijeenkomst over toekomstperspectieven voor de Achtersluispolder op 5 oktober 2018 had als motto de vraag meegekregen: “Hoe gaat de Achtersluispolder Amsterdam en Zaanstad verbinden”. Wie nu vanuit Zaandam over de Noorder IJ- en Zeedijk fietst – om vervolgens via een stuk snelfietspad Amsterdam binnen te komen – passeert logistieke loodsen, handels- en productiebedrijven, nog meer bedrijven, vervolgens Zijkanaal H (met een paar woonboten nog net zichtbaar) en de Noorder IJplas (onzichtbaar achter de bomen). Bij Zijkanaal H zijn we dan de gemeentegrens gepasseerd.

De afstand vanaf de Noorder IJ- en Zeedijk naar de oever van Noordzeekanaal is ruim een kilometer. Een enorm gebied dus: de Achtersluispolder, het grote haven- en industriegebied aan de zuidoostkant van Zaanstad en de Noorder IJplas, natuur en waterwoongebied aan de Noordwestkant van Amsterdam.

De mogelijke transformatie van dit gebied tot stedelijk woon-werkgebied is sinds enige tijd onderwerp van studie. In Zaanstad als onderdeel van MAAK.Zaanstad. In Amsterdam in het kader van Havenstad Amsterdam.

Ontwerp en debatbijeenkomst

Op vrijdagmiddag 5 oktober organiseerde Babel (Zaans Architectuurplatform) in samenwerking met de Amsterdamse Academie van Bouwkunst en de gemeente Zaanstad (MAAK.Zaanstad) een bijeenkomst met ontwerpers en studenten over de mogelijke lange termijn transformatie van de Achtersluispolder. Stip de horizon: 2040.

De Yada Yada Market op het Hembrugterrein was een passende locatie voor de bijeenkomst. Een dertigtal ontwerpers van verschillende disciplines, studenten, medewerkers van MAAK.Zaanstad en verdere meedenkers ging het gesprek aan over de uitdagingen voor de Achtersluispolder en het omliggende (water-)landschap, over unieke kwaliteiten en aangrijpingspunten voor herontwikkeling. Over vragen als: welke unieke kwaliteiten kan en moet een toekomstig Achtersluispolder krijgen? Hoe past een transformatie van de Achtersluispolder in het grotere verband van Noordelijke IJ-oevers – Achtersluispolder – Hembrugterrein – Zaanoevers? Welke landschappelijke kwaliteiten verdienen een centrale plek in een transformatiestrategie?

De inhoudelijke input kwam van:

  • 12 derdejaars studenten van de Academie van Bouwkunst (stedenbouw en landschapsarchitectuur). Hun ontwerpen voor een toekomstige Achtersluispolder als nieuw woon- en werkgebied in de metropoolregio Amsterdam waren op panelen te zien. Veel van de studenten waren ook zelf aanwezig.
  • Ruurd Gietema (KCAP), supervisor voor de Achtersluispolder, die een aanzet voor een nieuw raamwerk presenteerde op basis van zijn ruimtelijke analyse.

De inhoudelijke diepgang en variëteit van ruim 3 uur inhoudelijke uitwisseling kan lastig worden samengevat in een kort gespreksverslag als dit. De aanwezigen nemen de uitkomsten mee in hun verdere werk rond de mogelijke transformatie van de Achtersluispolder.

 

     De discussie gaat verder                                                                                             

Babel, Zaans architectuurplatform,  wil bijdragen aan verbreding en verdieping
van de discussie over de mogelijke transformatie van de Achtersluispolder.
Met vervolgactiviteiten gaan we een breder publiek betrekken en de ruimte
geven om mee te denken. En met ontwerpers en andere professionals willen we
kansen en dilemma’s uitdiepen. Want het is niet niks, een geleidelijke
transformatie van dit haven- en industriegebied……

 

Context en analyse

De bijeenkomst startte om 13.00 uur met een inloop: in het recent herstelde monumentale gebouw 8 op het Hembrugterrein (een jaar geleden groeiden nog bomen door het dak) konden de deelnemers aan de bijeenkomst de grote maquette van Amsterdam Havenstad bekijken. Met de Achtersluispolder en Noorder IJplas.

Na terugkomst in Yada Yada heette Leontine de Koning (Babel) iedereen welkom. Zij leidde de bijeenkomst deze middag in goede creatieve banen.

Robert Leferink (Babel) trapte af met een korte uiteenzetting van de context van de ontwerpopdracht aan de studenten: de nieuwe aankomende schaalsprong in de ontwikkeling van Amsterdam, die zich definitief afspeelt binnen én buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam. Een schaalsprong met 40.000 à 70.000 nieuwe woningen in het gebied van Havenstad Amsterdam en 20.000 in bestaand stedelijk gebied van Zaanstad, die de ruimtelijke en sociaal-culturele relatie tussen Amsterdam en de Zaanstreek ingrijpend kan veranderen. Zeven eeuwen van door mensen gemaakt landschap is hier zichtbaar en zal een nieuwe golf van transformatie ondergaan. Verwijzend naar de bomen rondom het Yada Yada gebouw vroeg hij aandacht voor de spontane en verborgen natuur in industrie- en havengebieden: waard om te koesteren en kansen op uitgroei te bieden.

 

Aansluitend nam Ruurd Gietema (KCAP) (supervisor Achtersluispolder binnen MAAK.Zaanstad) de aanwezigen mee in een brede en diepgaande analyse van het gebied, met zijstappen in de vorm van analogieën met soortgelijke transformatiestrategieën als in Hamburg Hafencity en in Montpellier. Het begrip ‘new localism’ kwam regelmatig terug: het pleidooi om specifieke kwaliteiten van het lokale gebied en regio tot uitgangspunt van herontwikkeling te nemen. Aan de hand van kaarten, schetsen, foto’s en referenties, waarbij ook de analyses van onder andere Frits Palmboom (Zaan- en IJ-oevers) en  Bosch & Slabbers (Noorder IJplas) aan de orde kwamen, passeerden in zijn analyse:

  • de historische lijn van de industrialisatie in de Zaanstreek, van het landschap van industriemolens, via Zaan en Noordzeekanaal, de Stelling van Amsterdam met Hembrugterrein en pakhuis De Vrede, naar de aanleg van de Achtersluispolder als zelfstandig haven- industriegebied ten zuiden van Zaandam.
  • de cultuurhistorische waarden in de Achtersluispolder, zoals de zeedijk, de overblijfselen van de dijkdoorbraak, pakhuis De Vrede en houtindustrie, de Zaanoever.
  • de zoektocht naar nieuwe samenhang tussen de Achtersluispolder en de omgeving: de link naar de woonwijken aan de noordkant als Poelenburg, Vijfhoekpark, Hembrugterrein aan de westkant, de Noorder IJplas en noordelijke IJ-oevers, en Amsterdam Havenstad aan de oost- en zuidkant.
  • de noodzaak van een strategisch raamwerk om de transformatie van de Achtersluispolder richting en energie te geven. Met de structuren binnen het gebied als basis voor toekomstige verandering. En met een belangrijk accent op de (her)ontwikkeling van routes met de omringende gebieden (water, groen, verkeer).
  • Vervolgstappen op de nu afgeronde analyse van de Achtersluispolder met uitdagende keuzes en dilemma’s. Het vraagstuk van de fragmenterende werking van de alsmaar drukker wordende Thorbeckeweg: hoe overwin je die barrière en hoe creëer je een logische relatie tussen bestaande wijken als Poelenburg en nieuwe woon- en werkbuurten in de Achtersluispolder. Welk tracékeuzes voor de verbindende routes (groen, snelfiets, openbaar vervoer) zowel in oost-west richting (Noordelijke IJ-oevers – Noorder IJplas – Achtersluispolder – Hembrugterrein/Zaandam) als in noord-zuid richting (Poelenburg – Vijfhoekpark – Achtersluispolder).

Aan het slot van zijn presentatie ging Ruurd Gietema in op een mogelijke onderscheid in deelgebieden en lanceerde hij ideeën om de transformatie van de Achtersluispolder op gang te brengen:

  • per kavel (cluster van kavels), hier allemaal in particulier eigendom), planologisch ontwikkel- en verdichtingscapaciteit mogelijk maken en van randvoorwaarden voorzien. Met als referentie: de transformatie door private partijen van de Rotterdamse Wijnhaven van kantorenwijk naar woon-werk wijk.
  • Benutten van eigenheid en cultuurhistorische waarden: ‘Zaanse menging 2.0’.
  • strategische keuze tussen enerzijds een alomvattende herontwikkeling en anderzijds geleidelijk ‘verkleuren’ (referentie Hamburg Hafencity) en bottom-up transformatie langs de lijn van placemaking en gebruiksverandering (referentie FredericiaC Denemarken).

Met daarbij direct de kanttekening, dat beide strategieën uitersten zijn en dat een kansrijke strategie altijd een mengvorm van elementen van beide zal moeten zijn.

In de hierop volgende discussie met de zaal werd het vraagstuk van bottom-up versus top-down verder uitgediept. Met in ieder een conclusie, die breed gedeeld werd: het maken van de fysieke verbinding Zaandam- Achtersluispolder – Noordelijke IJ-oevers is een voorwaarde voor het op gang brengen en slagen van elke vorm van transformatie van de Achtersluispolder. Én zo’n verbinding is dermate gecompliceerd, dat hij top-down tot stand moet worden gebracht.

12 toekomstvisies voor de Achtersluispolder

Ze passeerde allemaal de revue, de toekomstvisies die de studenten stedenbouw en landschapsarchitectuur van de Academie van Bouwkunst hadden gemaakt voor de Achtersluispolder. Ze waren aan de slag gegaan met de volgende vraagstelling.

Voor de (5) stedenbouwers:

Aan het IJ, in het hart van de metropoolregio Amsterdam (MRA) vindt de komende jaren verdichting plaats om de druk op de woningmarkt op te kunnen lossen. Dit gebeurt voor een groot deel in de vorm van grootschalige transformaties van (voormalige) industriegebieden. Maar is deze toevalligheidsplanologie wel het antwoord op de grootste groeigolf sinds het AUP, 100 jaar geleden? Welke kwalitatieve eisen moeten we stellen aan deze nieuwe groei? Wat kunnen we vragen van nieuwe buurten en wijken aan het IJ, welke problemen kunnen ze voor achterliggende wijken oplossen, meer dan het ontlasten van de huizenmarkt? Denk hierbij aan nieuwe voorzieningen, duurzaamheidsvraagstukken of de mobiliteit van de toekomst. Bedenk de buurt van de toekomst en hoe toekomstig leven in de Achtersluispolder er uit kan komen te zien. Maak een visie voor hoe deze buurt op de schaal van de MRA zich onderscheidt en verkoopt, schrijf een essay over de toekomst van verstedelijking.

Voor de (10) landschapsarchitecten:

Maak een ontwerp voor het gebied aan de noordzijde van het IJ dat tussen het Amsterdamse havengebied en het stedelijk gebied van Zaanstad ligt. Het ontwerp bestaat uit een betoog over een mogelijk toekomstig programma voor het gebied en een plan voor de manier waarop dat (stapsgewijs) wordt ingepast in de constellatie van kwaliteiten, structuren, aantrekkelijkheden die het gebied kenmerken en een plan voor de manier waarop een aantal knelpunten in het gebied wordt aangepakt en kansen worden benut.
Centrale vraag voor de landschappelijke opgave is wat de landschappelijke en programmatische mogelijkheden voor het plangebied zijn nu het gebied onderdeel wordt van het stedelijke woon-, werk-, voorzieningencomplex in de metropoolregio. Hoe kan de aantrekkelijkheid ervan een impuls krijgen door vol in te zetten op de historische, ecologische, waterhuishoudkundige en recreatieve kwaliteiten en potenties van het gebied? Daarbij is het belangrijk om uit te zoeken wat de transities op gebied van klimaat, energie, biodiversiteit, gezondheid en sociale samenhang op den duur voor de ontwikkeling van dit nieuwe stuk stad gaan betekenen.

Werk van 12 studenten van de Academie van Bouwkunst                                          

Zaandam harbour 2.0 Industrial leftovers are not rubbish * Philippe Allignet
Line in the Ground * Andrej Badin
Waterstad * Jeroen Boon
Achtersluiskwartier, making an interaction * Franco Carrasso
Landschapspark Achtersluisduin * Jan Eiting
Water restores men’s scape * Lieke de Jong
Defined by the edge * Sybren Lempsink
Sluishaven * James Heus
Sluisstad * Kim Krijger
Noordzeekwartier- Binnenstedelijk wonen aan het Noordzeekanaal  * Andreas Mulder
Zaanse Eilanden * Veronika Skouratovskaja
Zaanse chance * Robert Younger

 

Jerryt Krombeen (Academie van Bouwkunst) haalde kernpunten van alle ontwerpen naar voren. Op het gevaar af te generaliseren had hij het werk van de studenten geordend in vier categorieën:

  • ontwerpen met een uitgewerkte relatie tussen stad en landschap/natuur;
  • waterstad ontwerpen
  • energiestad en landschap;
  • hergebruik en transformatie.

 

Discussie

Na de presentaties was het tijd om rond te gaan lopen. Verspreid in de Yada Yada hal stond het werk van de studenten op panelen. Een half uur lang had iedereen de gelegenheid om alle ontwerpen en toelichtingen te bekijken en te bespreken met de aanwezige studenten. Leontine de Koning (Babel) gaf als vragen mee:

als je het studentenwerk ziet, wat mis je dan in de analyse van KCAP?

of nog wat breder: welke nieuwe ideeën en thema’s ontdek je in het werk van de studenten als interessante bijdragen aan de discussie over de transformatie van de Achtersluispolder?

In de plenaire discussie kwamen vervolgens inderdaad veel thema’s aan de orde, als inspiratie voor de verdere planvorming en ook als dilemma’s, die de nodige aandacht zullen vragen.

  • Het tracé voor de verbindingsroute Noordelijke IJ-oevers – Noorder IJplas – Achtersluispolder – Hembrugterrein/Zaandam is een bepalende succesfactor vanwege de geïsoleerde ligging van het gebied. Én de keuze wat voor type verbinding dit wordt: snelfiets of metro, of iets wat er tussen ligt, of én én? Bij hoogwaardig openbaar vervoer speelt de kip – ei discussie over de vraag: eerst de verbinding aanleggen om nieuwe bewoners, bedrijven, voorzieningen aan te kunnen trekken òf eerst nieuwe gebruikers om voldoende passagiers voor de verbinding te hebben. En natuurlijk: hoe wordt het verlies gedekt in de tussenperiode.
  • Zet in op de ontwikkeling van een sterke eigen identiteit van de Achtersluispolder als schakel tussen Amsterdam en Zaanstad. Geen slap aftreksel van Zaanse architectuur, geen half werk, maar nieuwe krachtige identiteitsdragers.
  • Integreer energieopwekking als zichtbare activiteit in het ontwerp van het gebied.
  • Benut voor de transformatie vooral de havenbekkens en de oevers en aarzel niet om extra oevers toe te voegen.
  • Ga verstandig om met de keuze en de locatie van deelprojecten, waarmee de transformatie wordt gestart. Dat moeten aantrekkelijke ontwikkelingen zijn, die nieuwe initiatieven kunnen aantrekken. In dit licht kan een keuze voor snelle woningbouw op een toevallig beschikbare locatie, zoals bij de Thorbeckeweg wel eens onverstandig zijn vanwege gebrek aan woonkwaliteit onder de huidige omstandigheden.
  • Zie het hergebruik van bestaande gebouw niet als incident (pakhuis De Vrede), maar als breed uitganspunt voor de transformatiestrategie; ook al zie je op het eerste gezicht nog niet zoveel aangrijpingspunten bij de bestaande gebouwen in het haven- en industriegebied.
  • Ga werken vanuit micro-interventies. Als een gebouw, hal, of kavel vrijkomt, transformeer het dan solitair. Door een aantrekkelijk binnenmilieu (binnentuinen, e.d.) kan nieuw gebruik ontstaan, terwijl buiten de wereld van de industrie nog doordraait.
  • Voor de huidige bedrijven is de planologisch vergunde milieuruimte, ook al wordt die niet volledig benut, van grote waarde. Vervangende vestigingslocaties elders zijn belangrijk om het voor bedrijven aantrekkelijk te maken om na te denken over functieverandering van hun locatie in de Achtersluispolder. Incentives, planologische ruimte, en verdiencapaciteit moeten slim worden uitgewerkt om coalities van zittende bedrijven en nieuwe investeerders tot stand te brengen.
  • Er zal altijd sprake moeten zijn van een mix van private initiatieven en overheidsinterventies om een samenhangende herontwikkeling op gang te brengen. Denk bij de overheidsinterventies aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan de verwerving en van strategische locaties als katalysator van een cruciale ontwikkeling. De omvang en de complexiteit van de Achtersluispolder is te groot om Zaanstad alleen als risicodragende overheid het werk te laten doen. Koers daarom op een gezamenlijk ‘havenstad ontwikkelfonds’ van tenminste Zaanstad en Amsterdam.

Na deze discussie was de vrijdagmiddag al ver gevorderd. Tijd om af te sluiten. In de wetenschap, dat de discussie over de Achtersluispolder nog maar net begonnen is en zeker verder gaat.

 

 

 

Verslag van Robert Leferink (Babel)

 

 

About the Author

Related Posts

Sorry, nothing here!

Leave a Reply