Babel blogt

Door de maatregelen rondom het coronavirus zit (bijna) iedereen hele dagen thuis. De straten zijn verlaten, dat leuke restaurantje is dicht, kantoren leeg en interactie met anderen verloopt voornamelijk digitaal. Of vanaf anderhalve meter afstand. We hebben al dagen niemand gezien of zitten opeens met het hele gezin op elkaars lip. We houden afstand en trekken ons terug in huis.

Naast een thuis is ons huis verworden tot werkplek, leslokaal, sportzaal en vele andere functies die het voorheen niet had. Wat voor invloed heeft dat op onze woning, het woongenot en onze waardering van de woonomgeving? Welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de toekomst? Nu je beperkt naar buiten kunt, wat is voor jou waardevol in je woonomgeving? Hieronder vind je de tweede aflevering in onze blogserie over het nieuwe wonen en werken.



Aflevering 2: Wessel Breunesse

Wessel Breunesse is wethouder Ruimtelijke Ordening van gemeente Zaanstad

“Het is een bijzondere tijd. Ik ben in Zaanstad wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling in een tijd van Ruimtelijke Beperking. En juist die beperking zet mij aan tot nadenken over de ontwikkeling van onze stad. Welke kansen en uitdagingen liggen er en welke lessen leert dit coronatijdperk ons over de inrichting van de stad?

Nu is het huis mijn werkterrein. De kinderen krijgen thuisonderwijs en mijn vrouw werkt als leraar in het basisonderwijs ook vanuit huis aan lesprogramma’s. Samen zoeken we naar een balans in ruimte, tijd en aandacht. Een werkkamer heb ik niet. Ik beweeg tussen de keukentafel en de slaapkamer met mijn iPad en telefoon. Al videobellend staar ik de hele dag naar beeldschermen. Het directe contact, het offline-overleg, met bewoners, collega’s en raadsleden mist. Maar ook vanuit huis wordt de stad bestuurd. En tussendoor is de tuin de pauzeplek voor het hele gezin en een ommetje maken door de buurt al bijna een ‘uitje’.

“We zullen meer eisen moeten stellen aan de kwaliteit van de woningen. We moeten in onze huizen kunnen werken, leren en ontspannen.”

Genoeg inwoners van Zaanstad hebben dat niet. En bij veel woningen die we bouwen, maken groen en natuur maar beperkt onderdeel uit van plannen. Ik denk dat we in de post-coronasamenleving meer thuis blijven werken. Dan is een groene en natuurlijke omgeving waarbij we de natuur de stad in trekken niet alleen gezond en goed voor het klimaat, maar nog meer dan voorheen belangrijk voor ontspanning en rust. Dat vraagt dus iets van hoe wij bouwen. We zijn nu gericht op het bouwen van veel woningen. Maar het gaat niet alleen om kwantiteit. We zullen meer eisen moeten stellen aan de kwaliteit van de woningen. We moeten in onze huizen kunnen werken, leren en ontspannen.

En als we meer thuis zijn betekent dat ook iets voor de omgeving waar we nieuwe woningen bouwen. Stoepen en fietspaden zijn vaak te smal om elkaar te passeren. Voetbalveldjes, parken en speeltuinen en natuurgebieden zijn te druk. Dat vraagt allemaal om meer ruimte. Geen stad waarin we dicht opeen opgepakt zitten, maar die mee-ademt met de herwaardering voor het goede lokale leven. Het zijn nog mijmeringen vanuit het slaapkamerraam. We weten nog niet alles. Hoe gaat deze crisis verder en welk blijvend effect is er? Ik geloof dat deze bijzondere tijd naast alle bedreigingen ook kansen biedt om te reflecteren op wat voor stad en samenleving we willen hebben. En daarmee is er in en na de tijd van ruimtelijke beperking ook visie nodig op de ruimtelijke ontwikkeling.”


Meer afleveringen in deze blogserie
Leontine de Koning
Erwin Smit
Els Lenting
Natasja Groothuismink
Bert Pots
Eva van Rijen

Wil je reageren, of zelf een blog schrijven over het nieuwe wonen en werken? Mail aan info@stichting-babel.nl o.v.v. Blogserie.

Laatste bericht

Laatste bericht