Babel blogt

Door de maatregelen rondom het coronavirus zit (bijna) iedereen hele dagen thuis. De straten zijn verlaten, dat leuke restaurantje is dicht, kantoren leeg en interactie met anderen verloopt voornamelijk digitaal. Of vanaf anderhalve meter afstand. We hebben al dagen niemand gezien of zitten opeens met het hele gezin op elkaars lip. We houden afstand en trekken ons terug in huis.

Naast een thuis is ons huis verworden tot werkplek, leslokaal, sportzaal en vele andere functies die het voorheen niet had. Wat voor invloed heeft dat op onze woning, het woongenot en onze waardering van de woonomgeving? Welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de toekomst? Nu je beperkt naar buiten kunt, wat is voor jou waardevol in je woonomgeving?


Aflevering 5: Els Lenting

Els Lenting is Projectleider circulaire stad bij gemeente Zaanstad

‘Ik woon met mijn man en twee zonen in een charmant dorp in een groot huis. De tuin grenst aan een natuurgebied. In de afgelopen twee jaar hebben we het pand cultuurhistorisch verantwoord verbouwd en nu is het echt mijn warme jas. Nu ik noodgedwongen thuis verblijf, zie ik overal kluswerk, er valt niet aan te ontkomen. Het huis wordt intensiever gebruikt en ook de verbouwing was nog niet helemaal afgerond. We hebben allemaal een eigen werkplek met een computer aan de keukentafel, waar ook wordt gegeten, koffiegedronken en de krant gelezen. In allerijl is een werkkamertje op zolder ingericht. Het uitzicht is er fenomenaal.

“Om de sfeer in huis een beetje goed te houden, is ruimte alleen niet genoeg. We hebben collectief een gedwongen verdraagzaamheid ingevoerd.”

Ik benijd mijn collega’s met kleine handenbindertjes niet. Ik kan thuis redelijk ongestoord werken. Slechts een enkele keer schreeuwt iemand door een telefoongesprek heen. Tussen het werk door stimuleer ik mijn jongens natuurlijk hun schoolopdrachten te maken. Om de sfeer in huis een beetje goed te houden, is ruimte alleen niet genoeg. We hebben collectief een gedwongen verdraagzaamheid ingevoerd. Mijn Libelle-harmonieuze gezinsdroom waarin ieder gezinslid blijmoedig participeert in het huishouden, blijft echter opbreken. Van een gezellig gezamenlijk ontbijt is hier geen sprake. Ochtendhumeur wordt in ieders eigen ruimte geconsumeerd.

Van andere vormen van participatie in het huishouden komt ook weinig terecht. Mijn jongste zoon wil alleen tegen een schofterige beloning het gras maaien. Hij stelt het klusje evenwel dagenlang uit, maar nu is het dan zover. Hij staat met zijn handen in zijn zakken over de grasmaaier gebogen en hoewel hij dit niet voor het eerst doet, kijkt hij ernaar alsof hij het apparaat voor het eerst van zijn leven ziet. Hij krijgt de machine aan de praat met minutieuze aanwijzingen. Vanuit mijn werkkamer volg ik zijn verrichtingen. Als een bejaarde loopt hij achter de grasmaaier alsof het een rollator is, ik zie een paar slingerende banen over het veldje. Als hij klaar is, prijs ik hem de hemel in; je weet maar nooit of hij met wat positieve feedback nog eens zijn kamer gaat uitmesten. En dan richt ik me weer op de klussen op mijn to-do-lijst: veenweiden vernatten.’


Meer afleveringen in deze blogserie
Leontine de Koning
Erwin Smit
Natasja Groothuismink
Bert Pots
Wessel Breunesse
Eva van Rijen

Laatste bericht

Laatste bericht