Door de maatregelen rond het coronavirus zit (bijna) iedereen hele dagen thuis. De straten zijn verlaten, dat leuke restaurantje is dicht, kantoren leeg en interactie met anderen verloopt voornamelijk digitaal. Of vanaf anderhalve meter afstand. We hebben al dagen niemand gezien of zitten opeens met het hele gezin op elkaars lip. We houden afstand en trekken ons terug in huis.

Naast een thuis is ons huis verworden tot werkplek, leslokaal, sportzaal en vele andere functies die het voorheen niet had. Wat voor invloed heeft dat op onze woning, het woongenot en onze waardering van de woonomgeving? Welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de toekomst? Nu je beperkt naar buiten kunt, wat is voor jou waardevol in je woonomgeving?


Aflevering 12: Bert Pots

Bert Pots is journalist en is lid van de kerngroep van Babel Zaans architectuurplatform

Geen Zaanse straat zonder bomen

Mensen die in een groene buurt wonen en veel buiten zijn, voelen zich gezonder en komen minder bij de huisarts dan mensen met weinig groen in hun leefomgeving. Het gezonde effect heeft niet alleen te maken met het inademen van frisse lucht of de prettige natuurlijke omgeving. Natuurervaring heeft, zo blijkt uit tal van onderzoeken, aantoonbare gunstige effecten op het herstel bij ziekte. Omgekeerd leidt langdurig verblijf in de stad tot stress en kwalen.

De moderne stadsmens brengt steeds meer tijd door achter een laptop of iPad. Voor kinderen is het niet anders: zij zitten liever uren per dag binnen achter de spelcomputer of voor de televisie, dan dat zij buiten spelen. Terwijl parken en andere natuurlijke plekken aantrekkelijk zijn om te wandelen, fietsen, spelen, sporten, tuinieren of op een andere manier actief bezig te zijn. Ouderen blijven langer actief met voldoende groen op loopafstand van hun woning. Kinderen vertonen meer gevarieerd speelgedrag in een natuurlijke omgeving en sporters ervaren hun training in de natuur als meer plezierig dan op de sportschool.

“Ik stel voor bomen, veel bomen bij te planten. Geen Zaanse straat zonder bomen, dat zou een mooi begin zijn.”

Kortom: natuur is goed, voor jong en oud. Maar de Zaanstreek is niet rijkelijk bedeeld. Aan onmetelijke velden ontbreekt het niet, maar zonder een bootje zijn ze slechts deels toegankelijk. Aantrekkelijke parken kennen we evenmin. Of ze zijn te klein. En wandelen langs een verkoelende Zaan is – meters steiger aan de Oostzijde daargelaten – vaak onmogelijk.

Ik stel daarom voor bomen, veel bomen bij te planten. Geen Zaanse straat zonder bomen, dat zou een mooi begin zijn. Ook kunnen bestaande parken drastisch worden verbeterd. Alcoholisten en drugsverslaafden maken daarbij plaats voor rond kuierende ouderen. En waar mogelijk worden parkjes uitgebreid. Een verouderd bedrijvenpark zou kunnen wijken voor de verdubbeling van het Volkspark. En ik droom van bewandelbare oevers; hoe meer kilometers hoe beter. ‘De paden op, vooruit met flinke pas. Met stralend oog en blijde zin.’ Deze tekst komt uit een oubollig liedje uit de jaren vijftig, maar het biedt in het post-coronatijdperk onverminderd inspiratie.


Laatste bericht

Laatste bericht